
[Verklaring en Communique van de Noord-Atlantische Raad, 1957]
Koude Oorlog (1949-1989)
Tijdens de Koude Oorlog werd het leger georganiseerd op grond van inzet als deel van de NAVO. De nadruk lag op grote mobiliteit, zelfstandige eenheden en een vooruitgeschoven frontlijn. Het laatste betekende in de praktijk dat grote aantallen soldaten gelegerd waren in West-Duitsland. Techniek werd steeds belangrijker; de mechanisatie van het leger was bijna volledig.
Infanteristen verplaatsten zich met pantservoertuigen ter bescherming tegen mogelijke aanvallen met nucleaire of chemische wapens. Artillerie had een plaats ver achter de frontlinie. Het leger was voorzien van modern luchtafweergeschut. Tanks vormden de ruggengraat van het leger.
Het leger was opgebouwd uit een kleine kern van beroepsmilitairen, grote aantallen dienstplichtigen en een nog grotere groep van reservisten. Deze konden in het geval van een oorlogsdreiging snel worden gemobiliseerd. De positie van het leger was regelmatig aan kritiek onderhevig, omdat het concept van de Koude Oorlog steeds meer ter discussie werd gesteld.
