
"...terwijl de Hoofden der regimenten niet verplicht waren, hunne geweren van deze fabriek, hoe deugdzaam (...) ook, te nemen, maar dezelve liever van Luik en elders voor eenige minder prijzen ontboden."
[Over de geweerfabriek bij Culemborg, in de periode 1759-1798, de commissaris generaal van oorlog]
Pruikentijd (1714-1792)
Na 1714 brak voor het Staatse leger een lange periode van vrede en rust aan, in Europa voor Nederland alleen onderbroken door de Oostenrijkse successieoorlog (1740-1749). Deze tijd is later wel geringschattend het 'Jan Salie-tijdperk' of de 'Pruikentijd' genoemd. De geringschatting is niet terecht.
Voor het eerst werden soldaten voorzien van uniformen. In de bewapening was men al overgestapt van het lontslot- naar het vuursteengeweer. Deze geweren waren goedkoper in gebruik en gemakkelijker te bedienen. Officieren waren ondernemers: zij kregen een bepaald bedrag van de Republiek om hun eigen eenheden te werven, kleden en onderhouden. De soldaten en onderofficieren werden zowel in binnen- als in buitenland geworven.
De functie van het Staatse leger was primair de verdediging van het eigen grondgebied. Hiertoe werden in Staats-Vlaanderen en de Oostenrijkse Nederlanden vestingen gebouwd en uitgebreid.
