rond schild ca. 1580


"De wapenoeffeninge der Vereenighde Nederlanden is geduerende den oorlogh met den Koning van Spanje [als] een schole van oorloghe by alle historieschrijvers genoemt en geroemt geweest..."
Johan van Boxtel 1670

Prins Maurits (1567-1625) en het Staatse leger

 

In 1568 begon een gewapende opstand in de Nederlanden tegen de heersende vorst, koning Philips II van Spanje. Dat was het begin van de Tachtigjarige oorlog. Oorspronkelijk werd de strijd aan de zijde van de opstandelingen gevoerd door huurlegers en gewapende burgers. Het Spaanse leger was een van de beste legers in Europa. Kern ervan waren enorme piekeniersblokken (in slagorde opgestelde soldaten), de zogenaamde tercio's.
Om hier tegenstand aan te kunnen bieden vormden de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Provinciën een eigen leger, het zogenaamde Staatse leger. Prins Maurits (1567-1625), bevelhebber van dit leger, voerde een aantal belangrijke hervormingen door die uiteindelijk tot grote successen leidden. Deze hervormingen waren geïnspireerd op het Romeinse voorbeeld.
Maurits geloofde in permanente training en excercitie. Daarom was het van belang dat beroepssoldaten een langere periode in dienst bleven en regelmatig werden betaald. Te velde maakte Maurits gebruik van kleinere en wendbaarder formaties dan zijn tegenstander. Het Staatse leger kende meer soldaten die waren uitgerust met vuurwapens, zoals de roerschutters en musketiers.

Op 16 maart opent in het museum de gezinstentoonstelling Maurits en het oranje geheim.