"[Het geweer] doet grotere schade aan dan de lans, omdat het geweerschot veelal door het harnas heendringt."
Johan Jacob van Walhausen, 1616

De komst van het vuurwapen

 

In de periode tussen 1450 en 1550 deed een nieuw wapen haar intrede op het slagveld: het vuurwapen. De eerste vuurwapens waren voorzien van grote, zware lopen en vertonen gelijkenis met een klein kanon. Het ontstekingsmechanisme was primitief, de effectiviteit nog laag. Uit de kanonnen ontwikkelden zich handvuurwapens als de haakbus. Deze konden gedragen en bediend worden door een of twee soldaten. Ontstekingsmechanismen werden steeds geavanceerder. Voor eenvoudige wapens werd gebruik gemaakt van het lontslot, duurdere wapens waren uitgerust met het zogenoemde radslot. Musketten, roeren en pistolen maakten de geharnaste ridder steeds kwetsbaarder. Onder invloed van het vuurwapen werden de blanke wapens en harnassen lichter en wendbaarder. Zo ontwikkelde zich uit het zwaard het lichte rapier (lange, puntige degen), en werd het harnas steeds meer een statussymbool. Het vakmanschap waarmee zowel vuurwapens als harnassen werden vervaardigd. bereikte in de periode tussen 1550 en 165o een voorlopig hoogtepunt.