"...ik en andere Gelderse en Overijsselse jongens, die onder de Fransen het kunstje van de Oorlog geleerd hebben, staan gereed zich aan het hoofd te stellen, en gij zult de hovaardige en mooi gepoederde Officiertjes en soldaten zien lopen voor Boerenjongens in hun linnen kielen."
[Proclamatie van generaal Daendels, 1794]

Staatsen, Patriotten en Bataven (1785-1804)

 

Rond 1780 ontstond in de Republiek de politieke groepering van de 'patriotten'. Deze waren anti-Orangistisch. De patriotten vonden dat burgers het recht hadden zichzelf te bewapenen. Zij richtten hiertoe vrijkorpsen op. In 1787 kwam het tot een openlijke confrontatie met het Oranje-getrouwe leger en Pruisische troepen, die de stadhouder te hulp waren geschoten.De patriotten moesten vluchten; velen weken uit naar Frankrijk.
In Frankrijk brak de revolutie uit. De Franse republiek verklaarde in 1792 onder andere de Republiek de oorlog. Tot 1795 werd er gevochten tussen enerzijds Franse legers, met in hun gelederen gevluchtte patriotten, en Staatse troepen met hun bondgenoten (Britten en Oostenrijkers) anderzijds. In 1795 slaagden de Fransen erin de bevroren rivieren over te steken; de stadhouder vluchtte.
Patriotten stichtten de Bataafse Republiek, een staat die sterk van Frankrijk afhankelijk was. Het Bataafse leger was bij uitstek hèt middel om de staat te moderniseren en centraliseren. Het systeem van officieren die manschappen inhuurden werd afgeschaft. Voortaan werden alle uniformen, alle wapenen en alle lonen betaald door de centrale overheid.