Materiaal

Zijde, katoen, metaaldraad. Tijdens restauratie is Tergal toegevoegd.

Techniek

Geweven (ripsbinding), geborduurd.

Visuele analyse

Het oranje vaandel is†dubbeldoeks en aan beide zijden geborduurd. De voorkant toont een met de koninklijke kroon gekroonde W in gouden opgenaaide draad, afgebiesd met een dikkere gouden draad. De gouden kroon is bezet met parels en rode en blauwe†stenen en wordt gekroond met een blauwe bol waarop een gouden kruis staat. De kroon is rood gevoerd. Onder de W staat in goud de tekst† Regiment wielrijders. Langs de randen is een ononderbroken oranjetak met groene vruchtjes en bladeren geborduurd.†

De paradekant toont het gekroonde Nederlandse Rijkswapen met de gouden leeuw op een over de diagonaal in kleur verschietende blauwe grond. De gekroonde leeuw heeft zwarte accenten. Het wapen wordt gedragen door twee klimmende, gekroonde leeuwen. De bruine leeuwen staan op een lichtblauwe banderol met de tekst: Je maintiendrai. Het wapen is omlijst met een door een roodblauw lint samengebonden eiken- en lauwertak. De standaard is afgezet met een franje van gouddraad van 2,4 cm. Aan de bovenrand bevinden zich 9 ophanglusjes.

De broek zit hier aan de 'verkeerde' kant, namelijk rechts in plaats van links.

Conditie

Het vaandel is in het verleden gerestaureerd. De kettingdraden zijn nagenoeg geheel uit het weefsel verdwenen. De zeer fragiele zijde is geplakt op een steunweefsel, dat achter sommige lacunes zichtbaar is. De lijmlagen zijn door het weefsel heengedrongen en verdonkeren het uiterlijk. Het borduurwerk is zowel aan de voor- als achterzijde opmerkelijk goed van kwaliteit.

Geschiedenis

De geschiedenis van het korps wielrijders in het Nederlandse leger is een kort overzicht waard. Na de uitvinding van de luchtband in 1887, door John Dunlop, nam de populariteit van het rijwiel een grote vlucht. Al een jaar later bood de Algemene Nederlandse Wielrijders Bond, de A.N.W.B., het leger de diensten van vrijwilligers aan die op de fiets ordonnansdiensten uitvoerden. Het duurde nog zes jaar, tot 1894, voor de eerste militaire wielrijders in actie kwamen. Oorspronkelijk slechts enkele tientallen manschappen sterk, waren er in 1909 al enkele compagnieŽn in actie. Vanaf 1915 werden de fietsen vervaardigd door de Artillerie Inrichting 'Hembrug', waarvan de werkplaats zich in Delft bevond. In 1922 waren er al voldoende fietsende militairen om een bataljon te rechtvaardigen, dat werd gelegerd in Den Bosch. Het bataljon werd in 1924 regiment en dit regiment ontving in 1928 haar standaard. Passenderwijs - gezien de goede band met de stad - vond deze plechtigheid plaats in het gemeenteplantsoen van Den Bosch, waar de commandant van het veldleger, Luitenant-Generaal Muller Massis, de standaard onder grote belangstelling uitreikte.

Uitreiking van het standaard in 1928 door Muller Massis

Uitreiking van†de†standaard in 1928 door Muller Massis

De†wielrijders golden als snel verplaatsbare infanterie. Zij werden geacht om per fiets zich snel naar bedreigde punten te kunnen verplaatsen en daar te voet te vechten tot er versterking kwam van andere eenheden. Het regiment maakte deel uit van de zogenaamde 'Lichte Brigade', die kort voor de Tweede Wereldoorlog - op 1 mei 1940 - werd uitgebreid tot een 'Lichte Divisie'.

Het regiment verkreeg een standaard, zoals de ruiterij, en geen vaandel, zoals de infanterie. De redenering was dat de wielrijders zich lieten vergelijken met de dragonders van vroeger, die ook optraden als bereden infanterie. In de militaire traditie werden dragonders altijd als cavalerie beschouwd; zij droegen standaarden. Er zal, net als bij de ruiterij, ook een praktische overweging zijn geweest, want de wielrijders droegen de standaard te fiets en een groot vaandel zou zeer onhandig geweest zijn.

Standaardwacht voor de Isabella-kazerne in 1937
Standaardwacht voor de Isabella-kazerne in 1937

De wielrijders, die zich altijd een beetje anders voelden dan de 'gewone' soldaten, kenden een sterke gemeenschapsgeest en korpstraditie. Dit moge onder andere blijken uit het wielrijders-lied, dat eindigt met het couplet:

"Dus makkers houdt het wapen hoog / Wij kennen geen verdriet / 't is bij ons nimmer saai of droog / Wij zingen 't hoogste lied / Men ziet ons allerwegen graag / En is de dag gedaan / Voor meisjes zijn wij meest een plaag / Want 't kost haar vaak een zoen".

Beroemd was het muziekkorps van de wielrijders, dat internationaal bewondering oogste. Het is immers niet zo eenvoudig om al fietsend te musiceren, en de fietsen hadden speciaal hiervoor elleboogsteunen verkregen.

Op 1 maart 1939, onder toenemende oorlogsdreiging, werd een tweede regiment wielrijders opgericht. Men meende aan deze snel verplaatsbare soldaten behoefte te hebben in tijden van oorlog. In 1940, toen bekend werd dat de Duitsers op verschillende oorlogsfronten parachutisten hadden ingezet, werden de wielrijders achter het front verspreid over strategische locaties. De wielrijders vochten inderdaad tijdens de meidagen van 1940 tegen Duitse parachutisten in de Alblasserwaard, bij Dordrecht en bij Bleiswijk. Er werden zware verliezen geleden; totaal sneuvelden 77 soldaten en werden er 74 zwaar gewond.† Na de oorlog werden de Wielrijders opgeheven en de regimenten werden niet heropgericht, ondanks het bestaan van enkele compagniŽn wielrijders in de periode 1948-1950.

Dat de Wielrijders zelf een sterke traditiegeest hadden, moge blijken uit de oprichting van de Stichting MilItaire Wielrijders. De collectie van deze stichting heeft een plaats gevonden in het Infanteriemuseum op de Harskamp.

Nog lopend onderzoek

Een reden voor de plaatsing van de broek aan de rechterzijde is nog niet gevonden. Er wordt† vergeleken met oud fotomateriaal en oude beschrijvingen om uit te vinden of dit ook tijdens het militaire gebruik van de standaard al zo was.

Literatuur

Documentatiemap van W. den Dunnen, waarin onder andere typoscripten van de Stichting Militaire Wielrijders uit 1984

L.J.P. Knoops, De Militaire Wielrijders. Het ontstaan en verdwijnen van twee roemruchte regimenten. Gedenkboek. Heeswijk, 1995

H. Ringoir, Gegevens over vaandels en standaarden. Den Haag, 1966

C.M. Schulten, 'Vaandels en standaarden van de Koninklijke Landmacht', in: Ons Leger (1976), p. 75 - 83